Hij wiens naam niet genoemd mag worden …
Naar aanleiding van de storm die is losgebarsten -in het glas water dat Vlaanderen heet- in verband met het boek van Wendy Huyghe heeft de Minister van Agitatie zijn Kabinetchef de opdracht gegeven een verhelderend stuk te schrijven over diens vermeende betrokkenheid in de zaak. Niet dat de kabinetchef met naam en toenaam genoemd wordt (zo juridisch onderlegd is ons Wendy wel) maar de omschrijving “Hij” die hem er te beurt valt en de verdere details die naar hem verwijzen, maken het voor insiders een googleaars wel makkelijk om te achterhalen wie men bedoelt.
De Minister meent dat zijn Kabinetchef zich niet mag verstoppen achter de anonimiteit die anderen hem opleggen en zo spoedig mogelijk klaarheid moet scheppen. Vandaar onderstaande tekst:
Hij wiens naam niet genoemd mag worden …
“Hij wiens naam niet genoemd mag worden”, zo noemt men de incarnatie van het kwaad in de Harry-Potter-boeken en -films. Maar iedereen met een greintje moed noemt hem daar gewoon bij zijn naam: Voldemort. Ik moest aan hem denken toen ik het interview met Anja Hermans las in Humo n°3496.
Ook Emmanuel Goldstein kwam me voor de geest, de mythische verpersoonlijking van al wat slecht is in George Orwells boek ‘1984′. Elke dag is hij het mikpunt van de verplichte ‘Two Minutes Hate’ waarbij de onderdanen van Big Brother via georkestreerde campagnes worden aangezet Goldstein hartsgrondig te haten en die irrationale haat publiekelijk te uiten.
Haar boek heb ik nog niet gelezen, maar Anja spreekt in het interview over “hij” en door de journaliste gevraagd waarom ze geen naam noemt, zegt ze: “ik ben bang voor mijn veiligheid”.
Daarin heeft ze volmondig gelijk: als ze mijn naam zou noemen in verband met de beschuldigingen die ze uit, dan had ze prompt een proces aan haar been wegens laster en eerroof. En dat proces zou ze ook grandioos verliezen omdat ze nergens het onderscheid maakt tussen ‘Dichtung und Wahrheit’. Met andere woorden: ze liegt en belastert en juridisch gezien is dat strafbaar. Maar – sluw zoals Anja altijd is geweest – beschermt ze zich daartegen door de beschuldigingen anoniem te lanceren. Het is dus niet haar fysieke veiligheid die bedreigd zou zijn, maar haar juridische positie. Een rechtszaak zou namelijk snel duidelijk maken dat haar beschuldigingen vals zijn.
Vreemd in de hele affaire is dat alle journalisten dat onderscheid tussen waarheid en verzinsel wel kunnen maken. Ze moeten daarvoor alleen in hun eigen archief duiken en de leugens en tegenstellingen komen automatisch bovendrijven. Het zegt iets over de deontologie en beroepsernst van de betrokken journalisten dat geen van hen dat doet. Verbazen doet dat niet: journalisten zijn niet geïnteresseerd in de waarheid maar wel in een smeuïg human interest verhaal en daarvoor is Anja altijd bruikbaar geweest.
In het Humo-interview vertelt Anja hoe ze ten tijde van het ALF haar ouders, haar vrienden, haar kameraden en journalisten heeft belogen, om de tuin geleid en misbruikt. Ze heeft valse verklaringen afgelegd, mensen valselijk beschuldigd en hen daardoor behoorlijk wat leed berokkend. Dat is algemeen bekend, het is terug te vinden in vroegere interviews en Anja ontkent het ook zelf niet.
In datzelfde interview doet ze echter gewoon verder. Wat me daaraan verbaast, is dat iedereen haar nu plots klakkeloos gelooft, hoewel ze in het verleden heeft aangetoond dat daar weinig reden toe is.
Ik heb alle begrip voor het feit dat Anja een streep wil trekken onder haar verleden en zichzelf een ander imago wil aanmeten. Ze doet dat overigens bijzonder goed als ze zich op de cover van het boek laat afbeelden met een onschuldig lam in de armen, op TV in een huiselijk kader en in tekst als begeleidster van mensen met een handicap. Noël Slangen kan er als communicatiespecialist nog een puntje aan zuigen.
Ik wens Anja verder ook alle succes met haar nieuwe imago en haar verder leven en ik hoop dat dat bijzonder constructief mag zijn. Zoals ik haar altijd heb voorgehouden. En als het meezit gaan we nog eens samen zwemmen aan het Noorderkasteel zoals vorige zomer toen er tussen ons nog geen vuiltje aan de lucht was, wat op zich al tot wenkbrauwgefrons zou mogen leiden bij mensen die haar lichtvaardig wensen te geloven.
En hier komen we een beetje tot de essentie van de zaak. Anja schildert me af als een soort kwade genius die achter de schermen de touwtjes in handen heeft en manipuleert terwijl hijzelf buiten schot blijft. De Fu Manchu van de Lage Landen dus. Of voor de minder geletterden: Dr. Krimson uit Suske en Wiske.
Anja weet dat de realiteit omgekeerd is. Van zodra ik begreep dat ze betrokken was bij het ALF, heb ik haar letterlijk gezegd: “de vraag is niet òf de mensen van het ALF worden gearresteerd, de vraag is alleen wanneer”. En aansluitend daarop gaf ik het advies er onmiddellijk mee op te houden. Omdat ze zichzelf in gevaar bracht, omdat ze mensen rondom haar schade berokkende en omdat alles wat we gedurende jaren opbouwden, bedreigd werd door de acties.
Dat Anja naar mijn goeie raad (en die van anderen) niet heeft willen luisteren, zegt iets over haar karakter, haar eigenzinnigheid, standvastigheid en haar koppigheid. Ik vind dat doorgaans goede eigenschappen. Maar het zegt ook iets over de gebrekkige impact die ik op haar (en andere jongeren) had of heb: ze luisterde namelijk niet, de acties gingen gewoon verder. Met het gekende gevolg overigens: een lange gevangenisstraf voor alle betrokkenen, de psychische terreur voor haar familie en omgeving en het einde van de weinige organisaties die in het Antwerpse een kritisch geluid lieten horen. Ik twijfel er geen moment aan dat dat de uiteindelijke bedoeling van het ALF is en was: het criminaliseren en in een slecht daglicht plaatsen van kritische stemmen en activisten. Dat die campagne prima heeft gewerkt en dat vandaag nog altijd doet, mag duidelijk zijn. Zoals Sherlock Holmes aan Mister Watson al voorhield kunnen sommigen zich hier best eens de vraag stellen: “who benefits?”. Niet de dieren, niet de goedmenende actievoerders, niet de kritische stemmen of de wat radicalere anti-kapitalisten.
Wat ik mis in Anja’s interview, is een verwijzing naar politieprovocateurs en infiltranten. Misschien vernoemt ze hen in het boek maar ik heb nog niet de tijd gevonden dat te lezen.
Er waren namelijk wel degelijk provocateurs en infiltranten aan het werk en ze dragen een bijzonder grote verantwoordelijkheid in sommige dingen die gebeurd zijn. Jammer dat ze noch op het proces noch in de interviews ter verantwoording geroepen worden. Eén van hen is Arthur de Kimpe en meer uitleg over hem vind je hier: http://ministerievanagitatie.wordpress.com/2007/03/03/kent-uw-vijand/
Sommige van de reacties op de verschijning van Anja’s boek en het interview kan ik begrijpen. De ouders bijvoorbeeld, die maar moeilijk kunnen aanvaarden dat hun kind tot dergelijke daden in staat is en ook psychologisch maar al te graag meegaan in het verhaaltje dat een externe bron oorzaak van alle kwaad is. Het is een oud mechanisme en het maakt dat mensen niet vatbaar zijn voor informatie die niet strookt met hun visie op de realiteit.
Ze gaan echter voorbij aan het feit dat ik als eerste op de trappen van het Justitiepaleis de verdediging van Anja heb opgenomen en onmiddellijk de daad bij het woord heb gevoegd door de oprichting van een steuncomité dat voor juridische en financiële hulp zou zorgen. Ze gaan voorbij aan het feit dat ik en mijn gezin het slachtoffer werden van huiszoekingen, arrestaties en onderzoeken die tot vorig jaar voortduurden. Ze gaan voorbij aan het feit dat alle politieonderzoeken me van elke schuld hebben vrijgepleit en dat ik aanvankelijk wel van betrokkenheid verdacht maar nooit in verdenking werd gesteld. Ze gaan ook voorbij aan het feit dat ik door de valse sporen die bewust gelegd werden ook zelf gearresteerd werd en in de gevangenis terecht kwam. In voorarrest weliswaar en gelukkig niet vreselijk lang. Maar dat is logisch als je onschuldig bent.
Wil ik mezelf hiermee volledig vrijpleiten en net als Anja het onschuldig schaap uithangen? Niet bepaald. Het is zeker waar dat ik er een radicaal wereldbeeld op na houdt. Ik vind dat niet abnormaal als er twee oorlogen aan de gang zijn, als het verbruik van antidepressiva en slaapmiddelen in ons land ongekende hoogtes neemt, als het klimaat opwarmt onder druk van onze pathologische consumptiedrang, als de kloof tussen arm en rijk stelselmatig groeit en arbeiders en werknemers niet alleen aan macht maar ook aan koopkracht inboeten terwijl men voor de aandeelhouders de rode loper uitrolt. In die zin vind ik acties rond mobiliteit, huisvesting, behoud van arbeidsvoorwaarden of democratische rechten en vrijheden bepaald niet revolutionair maar getuigen van gezond verstand. Op voorwaarde dat dat gebeurt op ‘n manier waar veel mensen zich in kunnen herkennen: bij daglicht, in de schijnwerpers van de media, herkenbaar en bij voorkeur op een vrolijke, communicatieve manier. Dat is dus in tegenspraak met alles waar het ALF voor staat en – iedereen kan dat nakijken – dat heb ik altijd met zoveel woorden gezegd. Publiek en privé. Wie het tegenovergestelde beweert, is een leugenaar.
Verder draag ik wellicht een zekere morele verantwoordelijkheid voor het feit dat jongeren via mij in contact zijn gekomen met een wereldvisie die niet strookte met die van hun ouders, politiediensten, school of bepaalde belangengroepen. En in die zin draag ik ook een zekere mede-verantwoordelijkheid voor sommige van de botsingen die die jongeren met hun ouders, politiediensten of ander instellingen hebben meegemaakt. Maar als het geven van informatie over de toestand van de wereld, de gruwel van het kapitalisme en diverse manieren om daartegen te ageren gelijk staat met manipulatie, ja, dan ben ik een manipulator. Zeker weten.
Ik voel me daar niet schuldig over: er is heel wat mis in onze samenleving en mensen hebben niet alleen het recht maar ook alle belang zich daar daadkrachtig en effectief tegen te verzetten. Dat dat regelmatig botst is de logica zelve. Maar zoals al gezegd: je verandert de wereld niet door angstinductie want dat werkt alleen verrechtsing in de hand.
Ik neem het mezelf ook kwalijk dat ik er toen niet in geslaagd ben Anja op andere gedachten te brengen en ervoor te zorgen dat ze ophield met brandstichten. Want net zoals Patsy Sörensen en Koen Calliauw wist ik vrij snel dat ze bij de acties betrokken was en net zoals Patsy en Koen heb ik gefaald haar aan het verstand te brengen dat dergelijke acties niet alleen de dieren geen stap vooruit kunnen helpen maar bovendien alle kritische en actieve stemmen die zich tegen het wildgroeiende kapitalisme verzetten zouden criminaliseren en isoleren. Quod erat demonstrandum.
Tot slot: ik ben Voldemort, Dr. Krimson, Fu Manchu noch Goldstein maar een gewoon mens. Als zodanig heb ik in mijn leven zowel privé als politiek fouten gemaakt en soms dingen gedaan waar ik achteraf spijt van had. Een beetje zoals iedereen, veronderstel ik. Maar één ding ben ik niet, en dat is laf. Ik laat nooit door iemand anders de kastanjes uit het vuur halen en ik verstop me niet achter weinig subtiele pseudoniemen als “hij” of “anonymous”. Ik heet gewoon Peter terryn en iedereen die over die periode, de interviews of de reacties met mij wil converseren kan dat via mijn e-mailadres: pterryn(at)yahoo.com. Banale haatmail verdwijnt in de prullenmand en bedreigingen zijn juridisch strafbaar. Verder wil ik op elke analyse antwoorden en over alle feiten nadenken.
En mensen die een vereniging willen oprichten van “jongeren die ooit gemanipuleerd werden door ‘hij’”, mogen altijd contact met me opnemen. Misschien heb ik nog enkel ideetjes voor een vrolijke en efficiënte campagne.
2, februari 2009 bij 4:28 am
[...] De Minister schreef naar aanleiding van de internetdiscussie ook een tekstje onder de welluidende titel “Hij wiens naam niet genoemd mag worden”. [...]