interview met Pierre Carette

pierre carette en bertrand sassoye bij de vrijlatin van Pierre

pierre carette en bertrand sassoye bij de vrijlatin van Pierre

pierre carette en bertrand sassoye bij de vrijlatin van Pierre

Pierre Carette en Bertrand zijn vanochtend aangehouden. Naar verluidt omdat Bertrand zijn adreswijziging niet heeft doorgegeven en een reisje naar het buitenland heeft gemaakt. Pierre zou genoemd zijn in een zaak van gewapende strijd in Italië.

Naar aanleiding van de arrestatie van Pierre Carette en Bertrand Sassoye, publiceert het Ministerie van Agitatie het interview dat we in 2003 naar aanleiding  van zijn vrijlating afnamen.

Dinsdag 25 februari 2003 kwam een einde aan 17 jaar gevangenisstraf voor Pierre Carette, de laatste van de vier militanten van de Strijdende Communistische Cellen. Aan de gevangenispoort van Leuven troepen journalisten samen. Een colonne van een stuk of acht wagens komt aangereden. Uit de ramen steken rode vlaggen, sommigen met insignes van de Sovjet-Unie, met hamers en sikkels of de beeltenis van Lenin. Uit de boksen op het dak van de voorste wagen knalt de Internationale. Camera’s focussen op de mensen die uitstappen en ze krijgen microfoons onder de neus geduwd. “Denkt u dat er nu nieuwe aanslagen komen?” is de meest gestelde vraag. Als Pierre Carette luttele minuten later door een zijpoort de gevangenis verlaat, stapt hij naar Bertrand Sassoye, omarmt hem en zegt: “Camarade!”. Dan worden ze door de pers overvallen, stappen – met de vlag in de hand – in de wagen en de caravaan zet zich in beweging. Later op de avond in de achterzaal van een Spaans café in Sint-Gillis. Bertrand Sassoye, Pierre Carette en Pascal Vandegeerde poseren samen voor een foto. Kameraden uit Zwitserland, Frankrijk en Spanje komen Pierre geluk wensen. Chilenen die de staatsgreep van Pinochet bevochten en overleefd hebben, komen hem de hand schudden. Als de heisa wat is gaan leggen zet Pierre zich aan een tafeltje, drink een glas water en ontspint zich een gesprek. Wat iedereen wil weten is hoe iemand ertoe komt om de gewapende strijd aan te gaan, wat de precieze aanleiding was en waartoe dat moest leiden. “De legaliteit wordt gedefiniëerd door de bourgeoisie. De bourgeoisie definiëert die legaliteit natuurlijk in functie van haar belangen. Functioneren binnen die door de bourgeoisie gedefiniëerde legaliteit betekent natuurlijk dat de belangen van de bourgeoisie niet worden aangevallen”

MVA: Dag Pierre, blij je eindelijk te ontmoeten. Hoe gaat het met je?

Pierre Carette: Nu zeer goed (lacht)

MVA:Er is vandaag een einde gekomen aan je zeventien jaar gevangenis, het verhaal van de CCC ligt al ongeveer zolang achter ons. Wat is uiteindelijk de waarde gebleken van heel dat verhaal want je zou kunnen zeggen dat noch jullie acties noch de persoonlijke opofferingen iets hebben bijgedragen aan het omverwerpen van het kapitalisme of het dichterbij brengen van de klasseloze samenleving.

Pierre Carette Dat is bediscusiëerbaar maar ik denk dat we de historische impact van deze strijd in de toekomst zullen kunnen meten. Die strijd heeft plaatsgehad, ze heeft sporen nagelaten, ze heeft heel wat vragen opgeroepen en ervaringen nagelaten. Ik denk dat, in de toekomst, de verschillende vormen van strijd die zich zonder twijfel zullen voordoen, zich zullen baseren op onze ervaring van ‘84-’85. Dus inderdaad, vandaag kunnen we zeggen, concreet en praktisch gezien is er geen ontwikkeling, de organisatie bestaat niet meer, er is geen continuïteit maar er is een historische uitdrukking die volgens mij in de toekomst zal dienen, die voedzaam zal zijn voor de toekomstige revolutionaire ontwikkelingen.

MVA: Wanneer hebben jullie eigenlijk beslist om over te gaan tot de gewapende strijd? Men heeft ergens geschreven dat het misschien de moord op Ulrike Meinhof was die de uiteindelijke doorslag heeft gegeven. Klopt dat?

Pierre Carette In zekere zin wel maar anderzijds ook weer niet. Het klopt niet in die zin dat de strijd van de CCC geen beslissing is van Pierre Carette noch was het een beslissing van Bertrand Sassoye of van Pascale Vandegeerde. Het was geen individuele beslissing. Een politiek-revolutionaire strijd ontwikkelt zich op het ogenblik dat er zich op het sociaal en politieke vlak krachten ontwikkelen die het resultaat zijn van de historische realiteit en in dat proces ontwikkelt zich de strijd. Het is dus geen individuele beslissing. Je wordt niet ’s ochtends wakker met het idee: ‘oh, vanavond ga ik een guerrilla-organisatie oprichten’. Dus op een bepaald moment ontwikkelt zich een sociaal-politiek en politiek-historisch proces dat ervoor zorgt dat er een organisatie tot stand komt. Zo werkt dat, het is niet één persoon die daarin een determinerende rol speelt. Nu, wat maakt dat een militant zich engageert in de revolutionaire strijd, dat is een proces dat jaren en jaren duurt en afhangt van tal van factoren en gebeurtenissen.

MVA: Er is niet zo één definiëerbaar moment?

Pierre Carette Er is er niet één, er zijn er zeer vele. Ik verberg niet dat ik midden jaren ‘70 meewerkte met de steuncomité’s voor de Rote Armee Fraktion in Duitsland, dus het is niet onlogisch dat de moord op Ulrike Meinhof en de moord op de andere kameraden in Stammheim me getekend heeft, dat is zeker zo, dat is een persoonlijk en individueel feit dat niet genegeerd kan worden. Maar zo zijn er vele, bijvoorbeeld de staatsgreep in Chili in ‘73, de Vietnamoorlog, de revolutie in Angola en bijvoorbeeld ook de ontdekking van de revolutionaire geschiedenis in België.

MVA: Kun je zeggen op welk ogenblik je gekozen hebt om het publieke leven verlaten hebt en in de clandestiniteit bent gegaan, is er een moment dat daar de doorslag heeft gegeven?

Pierre CaretteDat is geen keuze, een revolutionair heeft niet de keuze om in de clandestiniteit te gaan. De publieke realiteit is de meest interessante. De clandestiniteit dringt zich op op het ogenblik waarop de legale strijd naar de clandestiniteit leidt, dat is geen keuze. Ik weet dat er organisaties zijn geweest die de clandestiniteit als een aparte ruimte of een aparte realiteit beschouwen waar je specifieke relaties opbouwt enzo. Daar geloof ik absoluut niet in. De clandestiniteit wordt opgedrongen door de karakteristieken van de strijd. Een revolutionair militant heeft er uit de aard van de zaak alle belang bij om te kunnen bestaan in alle legaliteit. De clandestiniteit dringt zich enkel op uit veiligheidsoverwegingen.

MVA: Wat nu je vrijlating betreft, er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden waarvan je zelf zegt: die zijn aanvaardbaar.

Pierre Carette:Precies, ze zijn aanvaardbaar in die zin dat ze onvermijdelijk zijn. De houding die we hebben aangenomen ten opzichte van de Commissie voor de Voorlopige Invrijheidsstelling is dat we geen voorwaarden zouden aanvaarden die politiek gezien restrictief zouden zijn. Als men me bijvoorbeeld gevraagd had, zoals het Parket en het Ministerie van Justitie gevraagd hebben, om politieke activiteiten te verbieden, dat zou volstrekt onaanvaardbaar zijn geweest. Er was geen sprake van om dat soort voorwaarden te aanvaarden. We leven in een staat waar een aantal vrijheden gegarandeerd zijn zoals het recht op vereniging, het recht op vrije meningsuiting die verworvenheden zijn van de klassestrijd en over die punten hebben we geweigerd te onderhandelen. Dus, het eerste dat we gesteld hebben is: geen enkele restrictie op vlak van politieke activiteiten en legale activiteiten. Een andere zaak is – buiten het feit dat men van me eiste dat ik een verklaring zou ondertekenen waarin ik afstand nam van mijn politieke visie, wat ik geweigerd heb in tegenstelling tot wat in Humo stond, zoiets heb ik absoluut niet ondertekend – was er ook het preciese feit in verband met de vrijheden die het resultaat zijn van de klassestrijd waarover ik het daarnet had, met name het recht op vereniging. We hebben dus ook expliciet aan de Commissie gesteld dat we verder samen wilden militeren en dat we elkaar wilden kunnen zien. In algemene zin stipuleert men bij gevangenen een regel waarbij het hen verboden is om contact te hebben met andere ex-gevangenen of medeplichtigen. Wij hebben gesteld dat we samen publiek, legaal politiek werk wilden verrichten en de commissie heeft dat aanvaard. Als dat niet aanvaard zou zijn, dan zat ik nog altijd in de gevangenis. “Ik heb de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het zogenaamde socialisme in Oost-Europa gezien en ik zag daarin de bevestiging van de analyses die door de Marxisten al meer dan een halve eeuw werden gemaakt. Ik was er dus niet van ondersteboven.”

MVA: Je hebt 17 jaar in de gevangenis gezeten, wat is je politieke uitgangspunt vandaag, want er is veel veranderd. De Sovjet-Unie is verdwenen, de Berlijnse Muur is gevallen. Wat betekenen die dingen voor jou politiek?

Pierre Carette: Het is logisch dat een gevangene wat verwijderd is van de realiteit. Maar het feit dat het revisionisme in de USSR in elkaar is gestuikt is iets dat door marxisten-leninisten al lang was aangekondigd. Het is geen individuele kwestie, het is een interne zaak van de internationale communistische beweging. We weten dat de USSR in de periode 40-50 definitief is vervallen in de contrarevolutie, we kennen de Chinese kritiek daarop, Trotsky, dat is allemaal bekend. Ik heb de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het zogenaamde socialisme in Oost-Europa gezien en ik zag daarin de bevestiging van de analyses die door de Marxisten al meer dan een halve eeuw werden gemaakt. Ik was er dus niet van ondersteboven. Dat neemt niet weg dat de ineenstorting van dit zgn. socialisme tot verschrikkelijke toestanden heeft geleid in die landen. De gemiddelde levensverwachting in de Sovjet-Unie is op twintig jaar tijd met tien jaar gedaald. Dat is een ware verschrikking natuurlijk. Dat is het bilan van de politiek van de zgn. democratisering, van de glasnost en perestroika.

MVA:De uitbreiding van de Europese Unie vandaag, hoe zie je dat?

Pierre Carette: Het is een tendens die inherent is aan het imperialisme. Een blok dat bestaat en wedijvert met andere economische blokken. Anderzijds is die tendens tot mondialisering niet slecht natuurlijk, het feit dat nationale entiteiten plaats maken voor een internationale realiteit lijkt me op termijn iets dat in functie van de communistische wereldrevolutie natuurlijk zinvol kan zijn. Communisme is een internationalisme, wat nodig is is natuurlijk dat deze historische tendens niet gebeurt in functie van het kapitaal en het imperialisme, zoals vandaag exclusief het geval is, maar in functie van de broederschap tussen de volkeren, ten dienste van de internationale, sociale organisatie.

MVA:Wat er de 11 september 2001 gebeurd is, voel je je daarmee verwant?

Pierre Carette:Absoluut niet. Ten eerste stel ik me nog heel wat vragen bij wat er precies gebeurd is, want het fijne weten we daar natuurlijk nog altijd niet van. Eén zaak is zeker, de realiteit van de derde wereld, de realiteit van de ongelijkheden tussen de imperialistische landen en de derde wereld die steeds groffer worden, leidt logischerwijze voor een steeds groter deel van de wereldbevolking naar een zekere verplichting tot revolte, er is voor hen geen alternatief. We hebben tijdens de jaren ‘50, ‘60 en ‘70 een periode van dekolonisatie gezien, het aan de oppervlakte komen van antikoloniale bewegingen die in hoofdzaak hun inspiratie haalden uit het socialisme. Onder invloed van de imperialistische politiek, de ineenstorting van het zgn. socialisme zijn ook die bewegingen achteruitgegaan. Waar ze wel wonnen en aan de macht kwamen, konden ze hun beleid niet doorvoeren of zijn ze er zeer slecht in geslaagd om reëel hun doelen te bereiken, bijvoorbeeld bij een aantal Niet-Gebonden landen. Dan is er die algemene ellende, het ontbreken van perspectieven of de mislukkingen van sommige ervaringen en dan zien we het opkomen van de Islamistische beweging. Wij als Marxisten vinden niet dat die beweging van politiek Islamisme een valabel, bevrijdend alternatief voor het volk is. Maar iets anders is dat de echte verantwoordelijkheid voor de aanslagen van 11 september natuurlijk het Amerikaans imperialisme is. Ik zou zeggen dat ze krijgen wat ze verdienen. Maar als men wil dat dat soort aanslagen ophoudt, dan moet men natuurlijk het imperialisme liquideren en dan moet men de uitbuiting liquideren van de volkeren die terecht revolteren.

MVA:Hoe ben je tot het inzicht gekomen dat de gewapende strijd onvermijdelijk is?

Pierre Carette:Dat is een kwestie van strategische en historische analyse. De methodes van de strijd worden niet gekozen door individuele revolutionairen of hun organisaties maar zijn het resultaat van de objectieve omstandigheden, de historische realiteit. De juiste middelen, zijn de middelen die binnen een historisch kader het bereiken van de vooropgezette doelen mogelijk maken. De vraag vandaag – en natuurlijk ook in het verleden – is dan: wat zijn de theoretische en strategische feiten van een revolutie, van de klassestrijd. Wel, het is manifest dat, als je de geschiedenis bestudeert, de revoluties van de klassestrijd gebeuren via geweld. Dat is het algemene beeld. Ik het concrete geval van de CCC in ons land, vertrokken we vanuit de vaststelling dat het gebruik van de burgerlijke legaliteit, het zich houden aan de burgerlijke legaliteit – die een uitdrukking is van de machtsverhoudingen – niet toelaat om die orde omver te werpen, om echte revolutionaire vooruitgang te boeken. Dat is ook een les uit de geschiedenis. Uit de recente geschiedenis van de communistische beweging in Europa van de vorige eeuw waarbij zelfs zeer machtige communistische partijen als de PCF (Parti Communiste Francaise) die de grootste partij was na de Tweede Wereldoorlog, die partijen zijn nergens geraakt omdat ze nooit de kwestie stelden van het grijpen van de macht over de staat via geweld, de instelling van de dictatuur van het proletariaat etc. Wat we vandaag zien binnen de communistische beweging is dat – tenzij ze breekt met de burgerlijke legaliteit – er geen enkele echte vooruitgang kan gemaakt worden en er zich geen enkel perspectief kan ontwikkelen op een echte strijd.

MVA: Waar de legaliteit ophoudt, begint de gewapende strijd, is het dat?

Pierre Carette: De legaliteit wordt gedefiniëerd door de bourgeoisie. De bourgeoisie definiëert die legaliteit natuurlijk in functie van haar belangen. Functioneren binnen die door de bourgeoisie gedefiniëerde legaliteit betekent natuurlijk dat de belangen van de bourgeoisie niet worden aangevallen. Wie die belangen wel aanvalt plaatst zich buiten de legaliteit van de bourgeoisie. De CCC vertrok vanuit het strategische principe van de noodzaak van de gewapende strijd omdat het de noodzakelijke breuk leek en perspectieven opende die op lange termijn tot een revolutie kunnen leiden. Voor een revolutionaire communist gaat het niet over dialogeren of onderhandelen met de bourgeoisie maar het liquideren ervan als klasse. De kwestie was niet het delen van de macht met de bourgeoisie maar het veroveren van de macht en het instellen van de dictatuur van het proletariaat. Op geen enkel moment was er de strategische overweging om tot een dialoog of een compromis te komen met de bourgeoisie.”

MVA:Tot wanneer was die campagne van de gewapende strijd gepland?

Pierre Carette:(lacht)We hadden gepland tot aan de revolutie. Theoretisch althans (lacht nog harder). Wat ik kan zeggen is dat we gestart waren met de Campagne Karl Marx en dat we die niet hebben kunnen afwerken. Het spreekt voor zich dat er andere akties van gewapende propaganda in voorbereiding waren. Aangezien de organisatie zich niet meer uitgesproken heeft na onze arrestatie en er niets officiëels over gezegd werd, kan ik daar verder niet in detail op ingaan.

MVA:Hadden jullie een concreet doel voor ogen, ik zeg maar wat: we gaan door tot men ons een dialoog voorstelt, ofzo?

Pierre Carette:(fel) Nee nee, helemaal niet. De kwestie was helemaal niet de dialoog of onderhandelen. Voor een revolutionaire communist gaat het niet over dialogeren of onderhandelen met de bourgeoisie maar het liquideren ervan als klasse. De kwestie was niet het delen van de macht met de bourgeoisie maar het veroveren van de macht en het instellen van de dictatuur van het proletariaat. Op geen enkel moment was er de strategische overweging om tot een dialoog of een compromis te komen met de bourgeoisie. Je kan natuurlijk op bepaalde momenten wel een taktische soepelheid aan de dag leggen, maar de idee is wel degelijk om een revolutie te voeren. Op het theoretisch vlak is dat allemaal vrij helder gedefiniëerd maar wat de kern van je vraag betreft, heb je al revoluties bestudeerd uit de geschiedenis? Dat zijn bloedbaden, hé. Dat is niet de keuze van de revolutionairen, dat is de historische realiteit, het is de contra-revolutie die dat oplegt. Als de bourgeoisie ervoor kiest om haar valiezen te pakken en te verdwijnen, dan zou dat goed zijn. Maar de geschiedenis toont aan dat het zo niet werkt, dat ze zich met alle middelen verdedigt en bereid is tot alle misdaden. Er zijn genoeg voorbeelden die aantonen dat als de macht van de bourgeoisie in het gedrang komt ze nergens voor terugdeinst. Absoluut nergens. De geschiedenis zit vol verschrikkelijke ervaringen en gruwelijke voorbeelden opdat men zich geen enkele illusie moet maken over de manier waarop de bourgeoisie ook in België zich zal verdedigen als ze nog maar vreest dat haar belangen in het gedrang komen. Het volstaat om te kijken naar het geringe karakter van de ervaringen van de CCC – het ging tenslotte niet om opstanden of om sociale revoltes – en als je dan kijkt naar de manier waarop de bourgeoisie gereageerd heeft, de politionele opsporingen, de enorme spanningen die daaruit voort vloeiden, als je bedenkt aan de repressie die wij als gevangenen hebben ondergaan (Pierre heeft bijvoorbeeld 17 jaar geen bezoek ontvangen tenzij dat van zijn advokaten) als ‘kleine’ gevangenen, dan begrijp je dat de bourgeoisie, op de dag dat haar belangen echt in het gedrang komen, op de dag waarop ze voor zich een revolutionaire beweging ziet opstaan, ze zich zal overgeven aan een slachting zonder weerga.

MVA: Verwacht je nu achter je een schaduw te zien die de jouwe niet is?

Pierre Carette: (lacht) Ik verwacht me niet aan één schaduw achter me, ik verwacht er één links, één rechts, (lacht). Ik ben er me natuurlijk van bewust dat mijn vrijlating gepaard gaat met alles soorten maatregelen. Het is natuurlijk een manier om er een grapje over te maken maar in het kader van mijn voorlopige invrijheidsstelling heeft men me vaak gevraagd welke garanties ik kon geven dat ik geen illegale aktiviteiten zou ondernemen. Ik heb gezegd: het spijt me, men vraagt niet aan zijn vijand om de garantie te geven dat hij niet langer je vijand zou zijn. Men neemt die garanties.De bourgoeisie, de gerechtelijke diensten hebben natuurlijk niet gewacht tot ik die garantie zou geven, ze nemen het zekere voor het onzekere en ik ben ervan overtuigd dat de politionele omsingeling en spionage volledig zal zijn, wat overigens bij mijn kameraden al het geval is. Maar dat zal ons er natuurlijk niet van weerhouden om alle mogelijke aktiviteiten van agitatie, organisatie en politieke strijd te voeren die we willen voeren.

MVA: Begrijp je de reactie van de brandweermannen die een petitie gestart zijn tegen je vrijlating?

Pierre Carette: Ik ken die mensen niet dus ik weet er niet veel van. Maar niet alles is duidelijk, op een dag zal de volledige waarheid aan het licht komen. Maar ik denk dat wie ze wil kennen genoeg elementen heeft om de waarheid te achterhalen. Er is genoeg over gezegd, er zijn voldoende verklaringen en tussenkomsten over de actie van die eerste mei 1985. Ondanks het bestaan van al die elementen wordt de waarheid nog altijd niet erkend, ligt ze nog altijd niet vast, is ze nog altijd het centrum van leugens en zwartmakerij, dat is het echte probleem. Ik begrijp natuurlijk dat het vreselijk is om je vader te verliezen, dat het vreselijk is om je man te verliezen. Dat is onherstelbaar en ik begrijp de pijn en het lijden van die mensen, daarover bestaat niet de minste discussie. Maar iets dat me onbegrijpelijk voorkomt is de manier waarop dat gevoel zich vertaalt in demarches die uiteindelijk politiek zijn zelfs al is dat niet de bedoeling van die mensen zelf of begrijpen ze het niet. Ik zal een voorbeeld geven. Toen ik de eerste keer moest verschijnen voor de commissie voor de voorlopige invrijheidsstelling, was één van de bradweermannen die bij die aanslag gewond werd aanwezig op de zitting, zoals de wet dat toelaat. Het is de enige die ooit is gekomen trouwens. Op een bepaald moment stond hij naast me, er was een gesprek met de voorzitter endan draait hij zich naar mij en zegt dat hij het drama vn de eerste mei uitermate pijnlijk was voor hem en zijn collega’s, voor de families. Ik heb geantwoord dat het me spijt, dat het onze organisatie spijt. Ik uitgelegd dat het helemaal in tegenspraak was met de bedoelingen van onze organisatie en onze strijd en dat het eigenlijk een politieke nederlaag betekende, dat het een drama was, dat we de geschiedenis niet kunnen omkeren en dat ik de tragedie volkomen begreep. Dat ik met een enorme verstomming geslagen was door het absurde karakter van de gebeurtenissen. Want – ik weet niet of dat inmiddels duidelijk is – maar de bestelwagen die daar stond, heeft nooit gebrand. Die heeft nooit gebrand! Hoe kun je je dan voorstellen dat de brandweer naar een plaats gestuurd wordt waar geen brand is? Nu, na dat gesprek met die brandweerman die gewond was geraakt in ‘85, zei hij: uw ideeën op zich zijn niet verwerpelijk, het zijn nobele idealen, ideeën van rechtvaardigheid. Maar ik ben bezorgd over de middelen die je gebruikt. Nu dat is de discussie die we eerder gevoerd hebben, de middelen die we gebruiken hebben we niet zelf gekozen, die worden opgedrongen. Ik en mijn kameraden staan natuurlijk weigerachtig ten opzichte van het gebruik van geweld, we zijn eigenlijk pacifisten die een wereld in vrede wensen en geen wereld vol gewapende conflicten. Maar we willen ook komen tot een revolutie en dan moet je antwoorden op de omstandigheden die gegeven worden en doen wat nodig is. Welnu, die brandweerman heeft de zitting verlaten, zeggende dat hij me geluk wenste in verband met mijn vrijlating. Hij zei: mijnheer Carette, ik wens u veel geluk. Wel, die man verschijnt nooit in de pers. Als La Derniere Heure een interview plaatst dan is het altijd twee andere mensen die me niet bepaald geluk wensen met mijn vrijlating.

MVA:Wie was die brandweerman?

Pierre Carette:Ik weet het niet zeker, maar als ik me goed herinner was het Akkerman, maar dat moet je opzoeken.

MVA: Ben je er absoluut zeker van dat je nooit gemanipuleerd werd?

Pierre Carette: Ik zal in twee delen antwoorden. Eerst ten gronde. Ten gronde ja, ik ben er absoluut zerker van dat er niet gemanipuleerd werd, dat wij niet gemanipuleerd werden. In die zin dat ik de geschiedenis van de Cellen, hun vorming en verschijning natuurlijk goed ken. Ik weet dat alle initiatieven die we genomen hebben perfect controleerbaar zijn, dat er geen enkele twijfel hoeft te bestaan dat er geen manipulatie was. Er is niets verdachts, niets louche, niets dat vragen oproept. Een tweede zaak is dat het evident is dat de politiediensten zeer snel met hun strijd tegen de Cellen gestart zijn. Hoe hebben ze dat gedaan? Daar weet ik niets van, dat moet je hen vragen. Hebben ze fouten gemaakt? Ik weet het niet, ze maken vaak en veel fouten. Het is misschien mogelijk. Ik heb ergens gelezen dat we gevolgd werden, dat men ons bespioneerde in de loop van ‘84 en dat de politie me ergens gezien of gefilmd had. Op dat moment hebben ze me niet herkend, ik was vermomd, gegrimeerd. Ik kan me inbeelden dat men zo’n spoor volgt, dat weer uit het oog verlies. Men stelt vast dat iemand contact heeft met iemand die ze niet kennen. Wat doet de politie? Ze arresteren natuurlijk niet onmiddellijk, men volgt sporen. Als dat spoor dood loopt, dan is dat zo. Ik weet niet of het zo gebeurd is maar ik kan het me inbeelden. Maar dat is natuurlijk geen manipulatie. Als je kijkt naar het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, hoe vaak hadden de Duitse politiediensten niet een spoor dat ze weer verloren, volgden iemand en verloren die uit het oog.

MVA: Maar met manipulatie kan men ook iets anders bedoelen. In het begin van de Cellen, jullie waren niet met veel, jullie waren niet rijk en plots hebben jullie wagens, jullie hebben explosieven en wapens, jullie zijn specialisten. Bijvoorbeeld de nacht waarop jullie de oliepijleidingen van de NATO hebben opgeblazen, dat waren verschillende aanslagen achter elkaar…

Pierre Carette:Juist, (lacht) dat was de nacht waarop Amnesty opriep om een kaars voor je raam te zetten…

MVA: Maar Didier Chevolet en Pascale Vandegeerde waren toen nog geen militant van de CCC. Het is moeilijk te begrijpen hou jullie dan met twee dat soort acties opzetten en zo’n organisatie uitbouwden.

Pierre Carette: Van de vier gearresteerde miltanten waren er twee van bij de aanvang bij de CCC. Pascale en Didier zijn er pas in oktober ‘85 bijgekomen.

MVA: Men kan zich afvragen of jullie niet de indruk hadden dat jullie hulp kregen om het allemaal wat makkelijker te laten verlopen. Pierre Carette:Nee, nee. Maar niet alle militanten zijn aangehouden dat weet niet iedereen natuurlijk. Maar van onze acties is er geen enkele die twijfel rechtvaardigt, die verdacht of onduidelijk is of waar zaken gebeurt zijn die we zelf niet begrijpen. MVA: De Cellen bestaan vandaag niet meer?

Pierre Carette:Ze bestaan niet meer.

MVA: En jullie hebben er niet voor gekozen om, zoals andere organisaties hebben gedaan, de Cellen laten vallen en een andere organisatie oprichten. Want de strijd gaat toch voort?

Pierre Carette:De strijd gaat voort, zeker, in de geschiedenis.

MVA: Noodzakelijk met geweld?

Pierre Carette:Nu, ik kom uit de gevangenis. De organisatie waarvoor ik militeerde bestaat niet meer, ik zal agitatie en propaganda voeren binnen het wettelijk kader over de situatie en voor de vrijlating van andere gevangenen. “Het is niet mogelijk om een organisatie als de CCC op te zetten met twee man, dat spreekt voor zich, het gaat over een andere dimensie. Wij zijn geen anarchisten, wij zijn communisten.”

MVA: Je zei: niet alle militanten zijn gearresteerd.

Pierre Carette:Inderdaad.

MVA: Het is dus niet ondenkbaar dat anderen die manier van strijd verder zetten.

Pierre Carette:Het is niet mogelijk om een organisatie als de CCC op te zetten met twee man, dat spreekt voor zich, het gaat over een andere dimensie. Wij zijn geen anarchisten, wij zijn communisten.

MVA: De groep die toen met jou aktief was, zal die zich vandaag engageren voor de agitatie die jij wil voeren?

Pierre Carette: Daarop ga ik niet antwoorden, want het zou de identificatie van die mensen mogelijk kunnen maken. Maar je kan bedenken dat mensen die zich op een bepaald moment zeer radikaal engageren en er daarna mee ophouden. Mensen die zich in die mate hebben geëngageerd hebben zoals dat bij de CCC nodig was, hoeven niet hun hele leven op dezelfde manier aktief te zijn.

MVA: Je gaat ook terug drukken. Je hebt ook gewerkt als drukker in de gevangenis in Leuven, heb je daar iets geleerd?

Pierre Carette: (lacht) Helemaal niets. Absoluut niets. Ik heb geprobeerd hen iets te leren maar dat is ook niet gelukt (lacht). Het is gevangeniswerk, het wordt alleen opgezet om de gevangenen bezig te houden en om wat geld te verdienen voor Justitie, kwaliteit is onbestaande, professioneel gezien is het zeer droevig. Gelukkig bestaat het nog, het is interessanter dan je drogeren in je cel.

MVA: Maar de druktechnieken zijn zeer sterk veranderd.

Pierre Carette: Precies, ik ben begonnen in ‘68. De druktechnieken zijn de laatste twintig jaar meer geëvolueerd dan de tweehonderd jaar daarvoor. Toen ik als drukker begon, dat was Gutenberg. Dat waren dezelfde basistechnieken, er was wat mechanisatie. Als ik de technieken bekijk, die staan zeer ver af van wat ik gekend heb. Dus op dat vlak zal ik me moeten aanpassen en de nieuwste technieken leren.

MVA: Hoe was je laatste dagen in de gevangenis?

Pierre Carette: De mensen rondom mij waren zeer opgewonden. Ik zat alleen op cel, maar in Leuven heb je het systeem van open deuren, waarbij je op sommige momenten van de dag bij anderen op bezoek kan of elkaar in de gang kan ontmoeten. De nervositeit was een beetje typerend: gevangen zitten vast in dat systeem en als er dan een gevangene op televisie komt, dan is hij het gespreksonderwerp van de dag, het centrum van alle aandacht van de sectie. Mensen die in vijf jaar nooit met me gepraat hadden kwamen me opzoeken, ze waren fier dat ze mij kenden, dat soort dingen. Een soort emotionaliteit, een beetje triest ook. De gevangenispopulatie is zeer diverse, daar zitten zoveel mensen voor zoveel verschillende zaken, met verschillende profielen en reacties. Praten over dé gevagene is onmogelijk. Er waren er zelfs die, een beetje naief, of berekend maar toch blijk geven van een soort sympathie.

MVA: Hoe gaat dat, de laatste dag? Je geeft je spullen weg, …

Pierre Carette: Ja, hij die weggaat geeft zijn spullen weg, dat is de gewoonte. Het hangt een beetje af van de gevangenis waar je verblijft. In Mons, waar Bertrand zat, dat is echt miserie en armoede. Er zijn er die niets hebben er is weinig mogelijkheid tot werken. Dus als je vertrekt, geef je je kookplaatje weg zodat iemand anders warm kan eten, zo simpel is dat. Het is een soort dagelijkse solidariteit. Er zijn mensen die verkopen natuurlijk, er zijn er zelfs die hun cel verkopen, alks ze wat goed gelegen is bijvoorbeeld. Er zijn er ook die alleen geïntereseerd zijn in geld en dus alles verkopen. In Leuven is de situatie in Leuven minder dramatisch, ik was zelf eigenlijk een arme gevangene. Ik werkte wel, maar het grootste deel van het geld stortte ik in een solidariteitskas buiten de gevangenis. Ik had dus niet veel te geven. Als ik iets wou weggevenen, zei men, dank u maar ik heb al een beter model. Ik heb wel alle gevangenisspullen achtergelaten, ik ga de pan waarin ik vijf jaar mijn eiren had gebakken niet meenemen, ik wilde zoveel mogelijk linken met de gevangenis doorknippen. Mijn boeken, mijn archieven en mijn muziekinstallatie heb ik wel bijgehouden.

MVA: Denk je niet dat het moelijk wordt na 17 jaar, ben je niet bang van de vrijheid?

Pierre Carette: Absoluut niet. Maar dat is een persoonlijke kwestie. Elke gevangenis komt de gevangenis buiten met zijn eigen ervaringen, zijn eigen psychologie.

MVA: Ik heb iemand gesproken die lang in de gevangenis had gezeten en hij vroeg de persoon die hem naar huis reed om op de autostrade maar zestig te rijden want hij had nog nooit zo’n verkeer gezien.

Pierre Carette: Neenee, ten eerste houdt ik niet van snelheid. Na het ongeluk met Nathalie Menignon (van Action Direct) in ‘82, houdt ik niet meer van snelheid. Ik was heel bang toen we de avond van onze arrestatie tegen 200 kilometer per uur van Namen naar Brussel werden gereden. Ik panikeerde meer om die snelheid dan om onze arrestatie(lacht). Nee, het idee om het leven opnieuw op te nemen, lijkt me geen probleem. Vanmorgen zat ik nog in de gevangenis, nu ben ik vrij, het leven gaat verder. Ik leef van dag tot dag. Ik heb de vraag ook gesteld aan mijn kameraden, hoe gaat het leven na de gevangenis, en ze hebben me gezegd, Pierre, na enkele weken, een paar maanden maximum is de gevangenis helemaal op het achterplan verdwenen en knoop je weer aan met het leven ervoor. Het is natuurlijk waar dat die 17 jaar voorbij zijn, ik ben er niet blij mee, maar de periode is voorbij.

MVA: Was het de moeite waard? Want het is toch een groot stuk van je leven.

Pierre Carette: Ja, het is een kwart van mijn leven. Maar natuurlijk is het de moeite waard. Het is altijd de moeite om te vechten. Bovendien was dat onze beslissing toen. We hebben die beslissing genomen. Achteraf kun je je afvragen: was het zinloos. Ik denk het niet. Ik denk dat het historisch gezien vruchtbaar zal blijken te zijn.De opoffering die we ons getroost hebben is niet zinloos. Het was natuurlijk niet onze bedoeling om gearresteerd te worden en in de gevangenis te zitten en te zeggen: onze ervaringen van ‘84 en ‘85 zullen in de toekomst vruchtbaar zijn. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. De bedoeling was om te komen tot een guerrilla-oorlog in België, dat doel is niet bereikt omdat we militair verslagen werden.

MVA: Begrijp je de angst voor de hereniging van de CCC-militanten? Toont dat jullie belang niet aan?

Pierre Carette: Bon, het is zeker zo dat we een historische impact hebben nagelaten in België, in dit land, in de geschiedenis van de communistische beweging. Er zijn veel etappes en veel hoofdstukken in die geschiedenis. Het belang van de strijd van de cellen, zelfs vandaag nog, kan moeilijk ingeschat worden. Het is mijn overtuiging dat de revolutionaire beweging – die inherent deel uitmaakt van de kapitalistische geschiedenis en de contradicties van het kapitalisme zelf- in de toekomst opnieuw zal gedwongen worden door de objectieve omstandigheden van de geschiedenis de kwestie van de confrontatie en het vooruithelpen van de revolutionaire strijd opnieuw zal stellen. En als ze dat met voldoende dynamiek en objectieve kracht doet zal ze terechtkomen bij de antwoorden en de ervaringen van de CCC. De revolutionaire stroming in België of zij die zich zo noemen, kunnen nog jaren in rondjes draaien met de klein-burgerlijk legalisme en opportunisme enzovoort.Maar ze zullen geen stap vooruit gaan zoals ze al een halve eeuw geen stap vooruit zijn gegaan. En de dag waarop de objectieve krachten opstaan – en die zullen opstaan want ze zijn een product van de geschiedenis – op die dag zullen ze verplicht zijn om de leidende lijn van de CCC over te nemen want het is de lijn van de revolutionaire strategie van de toekomst. Punt andere lijn. Bovendien hebben de Cellen zelf niet zoveel uitgevonden op het theoretisch niveau. Ze hebben een aantal principes toegepast. Het zijn historische principes die fundamenteel zijn voor het Marxisme.

MVA: Zou je kunnen stellen dat de CCC een C kwijt zijn, die van het Combattante?

Pierre Carette:Nee. Ten eerste de Cellen bestaan niet meer. Er is de ervaring van die strijd, een organisatie die de praktijk van de gewapende propaganda heeft gevoerd en die revolutionair geweld heeft toegepast. Ik ben niet de erfgenaam of de vertegenwoordiger van die organisatie. Ik was er militant van. Die organisatie bestaat niet meer. Als men spreekt over de CCC dan gaat het over de periode van ‘84 tot ‘85 en aan de productie van theoretische en praktische werken uit die periode. Ons collectief van gevangenen heeft andere dingen gedaan. Het was een collectief van gevangenen, dat zeer specifiek werkt heeft verricht. Aangezien we nu vrij zijn, bestaat ook dat niet meer en ik heb al gezegd dat ik me nu zal engageren voor Secour Rouge en ik zal me in de toekomt uitdrukken en me engageren in functie van Secour Rouge. De Cellen waren de Cellen, dat was een moment in de geschiedenis, een bepaalde ervaring maar ze bestaan vandaag niet meer. Dat verhaal is afgelopen op het ogenblik dat de organisatie zich niet meer uitspreekt. Vlak na onze arrestaties hadden we de hoop en het vetrouwen dat onze arrestatie niet het verdwijnen van de Cellen zou betekenen. Op het proces hebben we gesteld dat de Cellen opnieuw zouden kunnen verschijnen. Begin jaren negentig werd dan duidelijk dat dat niet het geval zou zijn en hebben we er acte van genomen dat de organisatie zich niet meer had uitgesproken of gemanifesteerd. We gingen er vanuit dat er genoeg tijd overheen was gegaan om de eventuele slagen die onze arrestatie hadden veroorzaakt te verwerken. Als gevangenen hebben we er vrij lang over gedaan om te begrijpen dat een organisatie die opgezet was om een breuk te veroorzaken en de strijd aan te gaan door onze arrestaties dermate zou vertragen tot ze uiteindelijk is stilgevallen. Begin jaren ‘90 hebben we erkend en gedecreteerd dat de organisatie volgens ons niet langer bestond. En nog tien jaar later is de bevestiging definitief.

MVA: Je zegt ‘gedecreteerd’, wat bedoel je daarmee?

Pierre Carette:Als gevangenen hebben we het politieke standpunt ingenomen dat de organisatie niet meer actief was en dat ze dus niet langer bestond. Dat was ons standpunt. Misschien hadden er enkele jaren later mensen kunnen rechtstaan en zeggen: holla, wij bestaan nog wel.

MVA: Dat was voor jullie niet ondenkbaar?

Pierre Carette:Nee natuurlijk niet, niet iedereen was gearresteerd. Maar een orgzanisatie bestaat pas op het ogenblik waar ze haar bestaan bewijst. Het volstaat niet om te zeggen ‘de Cellen bestaan’ om ervoor te zorgen dat ze bestaan. Een organisatie bestaat op het ogenblik waarop ze aan politiek doet, als ze zegt: hier is een politieke verklaring of ze doen een politieke actie. Iets bestaat niet omdat men zegt ‘het bestaat’. Als de Cellen ontstaan zijn, hebben wij ook niet gezegd ‘wij bestaan’. We hebben een gewapende actie uitgevoerd tegen Litton en daarmee bestonden we.

MVA: Kun je zeggen: de CCC bestaat niet meer, onze strijd wordt anders gestructureerd?

Pierre Carette:Nee, de Cellen bestaan niet, laten we die vergeten en de concrete link doorknippen. Op het ogenblik waarop ze niet meer bestonden, op het moment waarop het collectief van gevangenen niet langer bestaat aangezien we niet langer gevangen waren, waren de zaken die onze eenheid hadden gedefiniëerd niet meer in dezelfde schema’s te vatten. We bevonden we ons niet langer in dezelfde realiteit. Bertrand Sassoye en ikzelf engageren ons nu in het comité van de Secour Rouge. En wie zijn de militanten van de Secour Rouge? Dat zijn niet dezelfde als van de CCC of het Collectief van Gevangenen. Er is geen rechte lijn van de CCC over het Collectief naar de Secour Rouge. Er zijn militanten met hun analyses en hun engagement en naarmate ze kunnen, investeren ze in wat het meest opbrengt voor de revolutie. En aangezien ik uit de gevangenis kom met al wat dat meebrengt aan handicaps, denk ik dat ik het best functioneer in de Secour Rouge en het Marxistisch-Leninistisch Blok.

MVA: Wat is dat Blok?

Pierre Carette: Het is een vereniging, een hergroepering van militanten uit verschillende strekkingen en posities maar die elkaar vinden rond een specifiek platform en dat al bestaat door hun politieke werking. Ze hebben pamfletten verspreid, affiches gehangen, ze zijn tussengekomen bij discussies en de sociale strijd ondermeer bij Cockerille.

Reageer